%@LANGUAGE="VBSCRIPT" CODEPAGE="1252"%>
Voornamen
De voornamen die de pastoor van de vader van de pasgeborene in het Nederlands of - met meer waarschijnlijkheid - in het dialect hoort, noteert hij in het doopregister in het Latijn. De eigenlijke naam is natuurlijk de Nederlandse naam, zelfs vaak de dialectvariant. De pastoor latiniseert de naam en zoekt vaak de daarbij passende heilige.
Tot nog ver in de periode van de Burgerlijke Stand en zeker in de tijd van de kerkregisters daarvoor, worden voornamen met grote vrijheid ingeschreven. "Johanna Maria" kan volstrekt identiek zijn met "Anna Maria". Ook bestaan er regelmatig varianten in de volgorde van inschrijving van voornamen: "Joseph Thomas" kan even goed als "Thomas Joseph" worden weergegeven.
Voornamen worden vaak betrokken uit de nabije familie, volgens een traditioneel stramien van vernoeming. De oudste zoon krijgt in de regel de naam van zijn grootvader van vaderszijde, de oudste dochter de naam van haar grootmoeder van moederszijde. Als deze grootouders nog in leven zijn, treden ze tevens vaak op als peter en meter. De tweede zoon krijgt de voornaam van zijn grootvader van moederszijde, de tweede dochter van de grootmoeder van vaderszijde. Daarna worden kinderen vernoemd naar hun overgrootouders, zeker als dezen nog in leven zijn, of naar broers en zussen van de ouders, dus hun ooms en tantes.
Wanneer een kind in de eerste levensjaren overlijdt is het gebruikelijk het volgend kind van hetzelfde geslacht de voornaam van het overleden kind te geven. Een zoon die na het overlijden van zijn vader geboren wordt, krijgt de naam van zijn vader. De eerste zoon of dochter uit een tweede huwelijk wordt vernoemd naar de overleden eerste echtgenoot of echtgenote.
Soms worden kinderen vernoemd naar een vriend des huizes die een aanzienlijke positie bekleedt, bvb. een geestelijke, of de adellijke eigenaar van de pachthoeve. Verder bestond de gewoonte om de zevende zoon, of ook wel het zevende kind, te vernoemen naar de soeverein, de plaatselijke heer of vrouwe, of de stadspatroon of de familieheilige. In België bestaat heden ten dage nog steeds de mogelijkheid om voor de zevende zoon of zevende dochter uit hetzelfde gezin de koning resp. koningin als peter resp. meter te vragen.
Deze principes van de traditionele naamgeving werden praktisch altijd nauwkeurig gerespecteerd. Uitzonderingen komen voor, bijvoorbeeld door familieruzies.
Doorgaans kunnen de voornamen die aan kinderen werden gegeven, beschouwd worden als (relatief harde) bewijzen van afstamming.